Naar inhoud

Essay · 2026-06-18

Je kunt niet alles betwijfelen

Wie zegt 'ik vertrouw niets en niemand', vertrouwt in werkelijkheid enorm veel. Wittgenstein liet zien waarom totale twijfel zichzelf opheft. En waar het vertrouwen dan naartoe verhuist.

Het is een trotse zin, en je hoort hem overal: "ik vertrouw niets en niemand, ik denk zelf na." Maar hij is onwaar, en wel op een manier die alles verandert. Wie dat zegt, vertrouwt in werkelijkheid enórm veel. Hij heeft het alleen niet door.

De scharnieren waarop de twijfel draait

Ludwig Wittgenstein schreef aan het eind van zijn leven, in aantekeningen die pas in 1969 verschenen, iets wat de hele moderne twijfelcultuur onderuithaalt. Om iets te kúnnen betwijfelen, merkte hij op, moet je talloze andere dingen vasthouden. Je betwijfelt of het medicijn werkt. Maar ondertussen vertrouw je je zintuigen, je geheugen, de betekenis van je woorden, het feit dat de wereld gisteren ook al bestond. Die vastgehouden dingen noemde hij scharnieren: ze worden niet bewezen, ze zijn datgene waaromheen de twijfel draait. Zonder scharnieren krijgt de deur van de twijfel geen beweging. Een twijfel die álles probeert te betwijfelen, vernietigt daarom zichzelf. "Wie aan alles wilde twijfelen, zou niet eens tot twijfelen komen," schreef hij. "Het spel van het twijfelen zelf veronderstelt al zekerheid."

Het vertrouwen verhuist, het verdwijnt niet

En hier is het ontnuchterende gevolg voor het heden. De samenzweringsdenker die zegt niets te vertrouwen, vertrouwt het algoritme dat hem de video voorschotelde. Hij vertrouwt de charismatische vreemde met het zelfverzekerde stemgeluid. Hij vertrouwt de meme, het onderbuikgevoel, de stem die zegt dat alle ándere stemmen liegen. Hij heeft het vertrouwen niet afgeschaft. Hij heeft het verplaatst, van instituten die je ter verantwoording kunt roepen naar bronnen die aan niemand rekenschap afleggen. "Ik vertrouw de reguliere media niet", gezegd via het platform van een miljardair, met een beroep op een bron zonder redactie, zonder correctie, zonder enige aanspreekbaarheid. De scharnieren zijn niet verdwenen. Ze zijn naar een donkerder plek verhuisd.

En dat "donkerder" is geen sfeer maar structuur. Een krant kun je aanklagen, een redactie kun je corrigeren, een omroep ter verantwoording roepen; ze hebben een naam, een adres, iets te verliezen. Het anonieme account, het algoritme, de doorgestuurde meme antwoorden aan niemand. Je ruilde dus niet zomaar de ene bron voor de andere. Je ruilde een bron die haar fouten móét toegeven voor een die dat nooit hoeft. Is dat meer wantrouwen, of minder? Totale twijfel bestaat niet; iedereen vertrouwt iets, de enige vraag is wát, en of het zich láát controleren.

Vragen die je zelf moet wegen

Weeg het daarom, in stukken, en betrek het op jezelf en niet alleen op "die ander". Wat houd jíj vast zonder bewijs, zodat je de rest kunt betwijfelen? Toen je laatst een bron verwierp als "onbetrouwbaar", welke bron vertrouwde je in de plaats, en was die méér aanspreekbaar op fouten, of juist minder? En de scherpste van allemaal: als je werkelijk niets vertrouwt, hoe ben je dan gaan vertrouwen op datgene wat je vertelde om niets te vertrouwen?

Waar het inzicht ophoudt

Wees ook hier eerlijk over de grens. Wittgensteins scharnieren zijn niet onomstreden: zijn ze echt immuun voor twijfel, of worden ze alleen zelden betwijfeld? En kunnen ze verschuiven, kan wat gisteren vaststond, vandaag gaan wankelen? Bovendien vertelt "je leunt onvermijdelijk op enkele zekerheden" je niet wélke je moet vasthouden. Het inzicht ontmaskert de totale twijfel als onmogelijk, maar het levert je geen kant-en-klare lijst van wat te vertrouwen. Dat werk blijft van jou. Het enige wat het je afpakt, is het comfortabele misverstand dat je boven het vertrouwen staat. Dat doe je niet. Je staat er middenin, de vraag is alleen of je durft te kijken waarop.

Een moment om mee te nemen: noem het ene scharnier dat jij nooit betwijfelt. En is het een dat zich laat controleren, of een dat je gewoon prettig vindt?

VERTROUWENSSCORE 0.78 · Wittgensteins scharnier-proposities en het argument dat totale twijfel zichzelf opheft (Over zekerheid, geschreven 1949 tot 51, gepubliceerd 1969) zijn correct weergegeven, naverteld. Dat de moderne twijfelaar vertrouwen niet afschaft maar verplaatst, van aanspreekbare naar onaanspreekbare bronnen, is mijn duiding, krachtig maar goed verankerd in het scharnier-idee. Dat scharnieren betwist en mogelijk verschuifbaar zijn, heb ik genoemd.

Het luisterboek bij dit essay

De Twijfel en de Zekerheid

Twijfel als het scherpste gereedschap van de geest, en als wapen. Van Pyrrho en Descartes tot de fabrikanten die twijfel verkopen als product. Geen les in wat je moet geloven, maar een routekaart om zelf je positie te kiezen.

Beluister het luisterboek

Delen

Meer essays zoals dit?

Nieuwe essays en luisterboeken, af en toe in je inbox. Geen ruis, afmelden kan altijd.

Door je aan te melden ga je akkoord met onze privacyverklaring. Afmelden kan altijd.

← Alle essays

Je kunt niet alles betwijfelen · Aeruga