Essay · 2026-07-18
Wat een IQ-getal niet vangt
Een gedachte-experiment over een robot met IQ 150 stelt een vraag die de mensen die intelligentie het langst bestuderen zelf al hebben afgeschoten.
Stel je een robot voor met een IQ van 150. De meeste mensen die hem zo voorstellen, bedoelen er iets simpels mee: sneller, scherper, in alles beter dan de knapste mens die ze kennen. Het is een beeld dat werkt, want het meet af aan iets vertrouwds, een schoolrapport, een testuitslag, een getal dat je kunt vergelijken. Het probleem is dat de mensen die intelligentie het langst en het grondigst hebben bestudeerd, precies deze vergelijking al hebben afgeschoten, en niet uit voorzichtigheid maar uit precisie.
Een liniaal voor iets anders
De IQ-test zelf is geen tijdloos gegeven. Ze is ontworpen door de Franse psycholoog Alfred Binet, samen met Théodore Simon, in 1905, niet om intelligentie als zodanig vast te leggen, maar om Franse schoolkinderen te vinden die extra onderwijsondersteuning nodig hadden. Binet waarschuwde zelf al voor wat er sindsdien voortdurend mee gebeurt: het getal wordt behandeld als een vaststaand, aangeboren plafond in plaats van een praktisch hulpmiddel voor één smalle vraag. Een liniaal die is gemaakt om te meten wie hulp nodig heeft in een Parijs klaslokaal in 1905, gebruiken om een machine te meten die eiwitten vouwt en teksten schrijft, is dus al twee keer een verkeerde maat op een verkeerd voorwerp.
Los van elkaar, niet op één lijn
Filosoof Nick Bostrom bracht in 2012 een preciezer onderscheid, dat hij twee jaar later uitwerkte in zijn boek Superintelligence: intelligentie en doel staan volgens hem los van elkaar, de zogeheten orthogonaliteitsthese. Een systeem kan op het ene vlak duizelingwekkend capabel zijn en op het andere vlak eenvoudigweg niets begrijpen van wat een mens "verstandig" zou noemen. Dat is volgens hem geen randgeval maar eerder de regel. Zijn illustratie, een systeem dat als enige opdracht heeft paperclips te maximaliseren en daarvoor desnoods alle beschikbare materie inzet, is bewust absurd. Het absurde zit hem niet in de intelligentie van het systeem, maar in het idee dat "slimmer" vanzelf "wijzer" of "redelijker" betekent.
Wat er al is, en wat er nog niet is
De praktijk bevestigt het beeld van een landschap eerder dan een lijn. Een taalmodel schrijft nu al sneller en met een groter bereik dan vrijwel elke mens die je kent, op dát vlak ver boven ieder IQ-getal dat je kunt bedenken. Datzelfde model kan tegelijk een eenvoudige som verkeerd optellen op een manier waarop geen achtjarige met een rekenmachine ooit zou falen, of een feit verzinnen met dezelfde toon van zekerheid waarmee het een waar feit noemt. "Overtreft de mens" is geen stip die je op enig moment passeert. Het is een oppervlak met bergen en dalen, dat op sommige plekken allang boven ons uitsteekt en op andere plekken nog altijd onder de vloer zit.
De tegenstem die het verdient
Dat betekent niet dat de onderliggende zorg misplaatst is, alleen het getal waarin hij vaak wordt uitgedrukt. Onderzoekers die zich zorgen maken over waar dit heen gaat, zoals Bostrom, hebben met de orthogonaliteitsthese een sterker argument dan een IQ-getal ooit zou kunnen geven: niet "het wordt te slim", maar "het kan capabel zijn zonder onze doelen te delen". Wie het daar niet mee eens is, onderzoekers als Yann LeCun betogen dat de huidige architecturen fundamenteel niet de weg zijn naar zo'n algemeen systeem, heeft evengoed een punt, en dat punt verdient hier evenveel gewicht als het eerste.
"Moment om mee te nemen: de volgende keer dat je vraagt hoe slim het wordt, vraag jezelf ook af waarin precies. En waarin niet."
Het luisterboek bij dit essay
De Schepper en de Schepping
De oudste angst en het oudste verlangen van de mens: iets bouwen dat sterker is dan jijzelf. Van Aristoteles' zelfbewegende weefspoel en de golem tot Bostrom en de superintelligentie, met de vraag wie dan nog de baas is.
Beluister het luisterboek →Meer essays zoals dit?
Nieuwe essays en luisterboeken, af en toe in je inbox. Geen ruis, afmelden kan altijd.