Essay · 2026-06-16
Wie maakt wie gek
Lang kwam het gevaar van de ander, de meester, de bewaker, het dorp. Maar we hebben de blik ingeslikt, en daarmee wordt de vraag vreemd: zijn we nog een gevaar voor elkaar, of vooral voor onszelf?
Voor het grootste deel van de geschiedenis kwam het gevaar van de ander: de meester met de zweep, de bewaker bij de poort, het dorp dat alles zag. Maar er is iets verschoven. We hebben de blik en de zweep ingeslikt. En daarmee wordt de oude vraag wie wie gek maakt opeens vreemd.
De gevangene werd de bewaker
Michel Foucault beschreef in 1975 een ontwerp van de filosoof Jeremy Bentham: het panopticon, een gevangenis met een toren van waaruit elke cel bekeken kan worden zonder dat de gevangene weet wanneer. Het gevolg is dat hij zich altijd gedraagt alsóf hij bekeken wordt. De blik hoeft niet eens aanwezig te zijn; het idee ervan volstaat. Zo, zei Foucault, werkt de moderne macht: ze maakt van ons onze eigen bewakers.
De filosoof Byung-Chul Han zette daar in 2010 een scherpe stap op. De maatschappij van "dat mag niet" heeft plaatsgemaakt voor die van "dat kán je, ja je kunt het". De prestatiemens is "de ondernemer van zichzelf": vrij, ongedwongen, zijn eigen baas. En juist daarom buit hij zichzélf uit, vrijwillig en eindeloos, want er is geen meester meer om tegen in opstand te komen. Alleen je eigen ambitie. Burn-out is de ziekte die daarbij hoort: niet onderdrukking van buitenaf, maar zelf-uitbuiting van binnenuit, aangezien voor vrijheid. We zijn meester en slaaf tegelijk geworden. En de slaaf kan nooit ontslag nemen, want de meester is hijzelf.
De blik verhuisde naar binnen
Kijk naar nu en het beeld is vertrouwd. We poseren voor een publiek dat vaak ingebeeld is, niemand keek, en toch schaamden we ons. We oordelen over onszelf harder dan welke menigte ook. De gemeten stappen, de schermtijd, het persoonlijke merk, de ochtendroutine om vijf uur: je bent je eigen opzichter geworden. De telefoon is tegelijk de spiegel waarin je jezelf met anderen vergelijkt én de zweep waarmee je jezelf opjaagt. Het gevaar komt niet langer alleen van de ander. Het komt, in groeiende mate, van jou.
Maar nooit zuiver
En hier de belangrijkste tegenstem, want de gemakkelijke conclusie, "dus het is je eigen schuld", is vals. Han overdrijft de breuk, zeggen zijn critici, en terecht. Voor een pakketbezorger, een magazijnmedewerker of wie aan een algoritme is overgeleverd, is de meester nog zeer aanwezig en uiterst extern: geen zoete zelf-uitbuiting, maar gewone uitbuiting. En het woord "zelf-uitbuiting" kan de echte uitbuiters een vrijbrief geven, door de schuld netjes bij het individu te leggen. Dus ja, de blik is naar binnen verhuisd. Maar iemand bouwde de spiegel en verdient eraan, en iemand verkoopt de brandstof voor het vuur. Het eerlijke antwoord op "zelf of ander" is daarom: allebei, verstrengeld. De tegenstelling zelf is aan het vervagen, omdat de ander nu binnenin ons woont. En dat samenvallen, dat is misschien wel de diagnose.
Wat het je geeft
Het nut van dit alles is geen schuldvraag maar een houding. Merk op of het vuur waarin je opbrandt van jou is, of dat je de lucifers in handen geduwd kreeg. Verklein het publiek waarvoor je presteert; je bent de blik geen voorstelling verschuldigd. Maar privatiseer geen probleem dat structureel is: als de omstandigheden je opbranden, verander dan de omstandigheden, en laat "zelfzorg" niet het alibi worden dat de lucifer-verkoper vrijuit laat gaan.
Een moment om mee te nemen: het vuur waarin jij opbrandt, stak je dat zelf aan, of kreeg je de lucifers aangereikt? En kun je het verschil nog zien?
Dit stuk gaat over uitputting en de blik, niet over jou als diagnose. Mocht je merken dat de leegte groter is dan een tekst kan dragen: burn-out en aanhoudende somberheid zijn echt, en je huisarts is een goed, oordeelloos eerste adres. Worden je gedachten donkerder, dan is 113 Zelfmoordpreventie dag en nacht bereikbaar: bel 113 of 0800-0113, of kijk op 113.nl.
Het luisterboek bij dit essay
Het Vuur en de Spiegel
Uitputting en de blik van de ander, van de middagdemon van de woestijnmonniken en Rousseau tot Byung-Chul Han en het zwarte glas van de telefoon. Waarom we zo moe zijn en zo bekeken, met Alan Watts en de Stoa als tegenwicht.
Beluister het luisterboek →Meer essays zoals dit?
Nieuwe essays en luisterboeken, af en toe in je inbox. Geen ruis, afmelden kan altijd.